Wat ik vaak zie bij leiders die vastlopen
Leiders die vastlopen, lopen zelden vast omdat ze niet capabel zijn.
Integendeel.
Het zijn vaak betrokken, intelligente en gedreven mensen. Mensen die verantwoordelijkheid nemen, die willen bijdragen, die het goede willen doen — voor hun team, hun organisatie, het grotere geheel.
En toch loopt het ergens vast.
Niet zichtbaar. Niet in één moment.
Maar langzaam, sluipend.
In mijn vorige blog schreef ik over intentie als richting:
over het belang van innerlijke afstemming vóórdat je versnelt.
Deze blog laat zien wat ik vaak zie gebeuren wanneer die afstemming ontbreekt —
juist bij betrokken, capabele leiders.
Ze weten heel goed wat er moet gebeuren
Wat mij vaak opvalt, is dit:
leiders die vastlopen, hebben meestal een scherp beeld van wat er nodig is.
Ze zien waar processen schuren.
Waar samenwerking hapert.
Waar resultaten achterblijven.
Ze hebben ideeën. Oplossingen. Richting.
Maar wat ontbreekt, is niet kennis.
Wat ontbreekt, is afstemming.
Ze bewegen vooral vanuit hun hoofd
Veel leiders zijn getraind om te analyseren, te structureren en te beslissen. Dat heeft hen ver gebracht.
Maar precies daar ontstaat soms de blokkade.
Wanneer alles via het hoofd loopt:
worden signalen uit het team gemist,
wordt spanning gerationaliseerd,
en worden lastige onderstromen te snel opgelost of genegeerd.
Niet omdat ze niet willen luisteren,
maar omdat ze zichzelf hebben aangeleerd om door te gaan.
Ze dragen meer dan ze laten zien
Wat ik ook vaak zie: leiders die veel dragen, maar weinig delen.
Ze voelen verantwoordelijkheid — soms té veel.
Ze willen anderen niet belasten.
Ze blijven sterk, ook als het schuurt.
Maar wat niet gedeeld wordt, wordt ook niet gedragen.
En zo ontstaat eenzaamheid aan de top, zelfs in teams die ogenschijnlijk goed functioneren.
Ze versnellen waar vertraging nodig is
Wanneer de druk toeneemt, versnellen veel leiders automatisch.
Meer afstemmen. Meer overleggen. Meer sturen.
Maar juist in die momenten vraagt de situatie iets anders:
vertragen,
voelen wat er werkelijk speelt,
en ruimte laten voor wat nog geen woorden heeft.
Zonder die vertraging wordt verandering iets wat moet,
in plaats van iets wat gedragen wordt.
Ze vergeten zichzelf als onderdeel van het systeem
Misschien wel het meest wezenlijke:
leiders die vastlopen, kijken vaak vooral naar buiten.
Naar het team.
De organisatie.
De context.
Maar zelden naar hun eigen rol daarin.
Hoe hun aanwezigheid invloed heeft.
Wat hun gedrag oproept.
Waar zij — onbewust — ruimte geven of juist innemen.
Verandering begint daar.
Niet bij anderen, maar bij jezelf als leider.
Geen gebrek aan kracht, maar aan ruimte
Leiders die vastlopen, hebben geen gebrek aan daadkracht.
Ze hebben vaak juist te veel.
Wat ontbreekt, is ruimte:
ruimte om te reflecteren,
ruimte om niet te weten,
ruimte om het gesprek aan te gaan zonder direct naar oplossingen te hoeven.
Daar, in die ruimte, ontstaat weer beweging.
Niet door harder te werken, maar door anders aanwezig te zijn.
Een uitnodiging
Als je merkt dat je vastloopt, stel jezelf dan niet meteen de vraag
“wat moet ik anders doen?”
Maar eerst:
Wat gebeurt hier eigenlijk?
Wat draag ik alleen?
Waar mag ik vertragen in plaats van versnellen?
Dat zijn geen makkelijke vragen.
Maar het zijn wel vragen die weer richting geven.