Over 10 jaar
Laatst ontmoette ik mijn held. Ze is 56.
Ik weet niet precies wat ze doet, waar ze haar dagen mee vult of dat de dingen waar ik me nu druk om maak voor haar nog belangrijk zijn.
Maar ik denk dat ik wel iets weet over hoe ze in het leven staat.
Ze maakt zich minder druk om het goed te doen. Ze maakt makkelijker keuzes. Ze weet wat haar aandacht verdient en wat niet.
En ik stel me voor dat ze nog steeds nieuwsgierig is. Dat hoop ik tenminste.
Ik begon over haar na te denken nadat ik de Oscarspeech van Matthew McConaughey uit 2014 had gezien (https://www.youtube.com/watch?v=GT2f-WM86oQ). Een van de dingen waarover hij spreekt, is dat hij iemand nodig heeft om na te jagen — en voor hem is dat hijzelf, tien jaar later. Een held die hij, zo weet hij, nooit helemaal zal inhalen.
De interessantste persoon in de kamer
Laatst kwam ik een uitspraak tegen:
‘Als je de slimste persoon in de kamer bent, zit je in de verkeerde kamer.’
Ik begrijp de gedachte erachter.
Blijf op zoek naar mensen die je uitdagen.
Die dingen weten die jij niet weet.
Die je kennis laten maken met werelden die je nog niet kent.
Maar toen vroeg ik me af:
Hoe weet je eigenlijk dat jij de slimste persoon in de kamer bent?
Wat creëren we tussen ons?
Laatst stond ik op het punt te reageren op een bericht op social media.
Niet omdat ik zo’n uitgesproken mening had over het verhaal zelf. Ik merkte vooral dat ik keek naar wat er onder het bericht gebeurde.
Het ging over een controversieel onderwerp. De formulering was provocerend, spottend. Duidelijk bedoeld om een reactie uit te lokken.
En die kwam er.
Binnen een uur hadden veel mensen gereageerd.
Sommigen waren boos over wat er was gebeurd.
Anderen waren boos op de mensen die boos waren.
De ene groep maakte de andere belachelijk. De andere groep sloeg terug.
Het oorspronkelijke verhaal werd nauwelijks nog besproken.
Mensen waren virtueel met elkaar aan het (bek)vechten.
De ruimte tussen wat we zien en wat we denken te weten
Een tijdje geleden viel er een klein pakketje bij mij door de brievenbus.
Er zat een gehaakte zonnebloem in.
Hij had de reis vanuit Duitsland gemaakt, gestuurd door een oud-collega en vriendin die ik al een tijd niet had gezien.
Het was een emotional support plant.
Ik moest glimlachen toen ik hem uitpakte. Grappig, attent en onmiskenbaar zij.
Maar wat me het meest raakte, was eigenlijk niet de zonnebloem.
Het was alles wat eraan vooraf was gegaan.
De verhalen tussen ons
Eén week.
Elf zeilboten.
Veertien gezinnen.
Eén route.
Op papier leek alles aanwezig voor nieuwe ontmoetingen.
Elke avond lagen we met de boten bij elkaar voor anker. We aten samen, maakten een praatje en vertrokken de volgende ochtend weer richting dezelfde bestemming.
En toch ontstond verbinding niet vanzelf.
Een rechte rug
"Here's to strong women. May we be them. May we raise them. May we survive them."
Ik glimlachte toen ik deze quote las.
Niet omdat ik hem mooi vond.
Maar omdat ik meteen aan mijn moeder moest denken.
Mijn moeder is niet groot.
Nog geen een meter zestig.
Bescheiden in haar woorden.
Maar met een aanwezigheid die je niet kunt meten in centimeters.
Ze draagt zichzelf zoals ze door het leven is gegaan.
Met een rechte rug.
Wat maakt dat sommige verbindingen een leven lang meegaan?
Vorige week vierde mijn tante haar 75e verjaardag.
Tijdens het feest gebeurde iets wat me meer raakte dan ik had verwacht.
Samen met een groep vrouwen stond ze te zingen.
Meer dan vijftig jaar geleden kwamen zij als jonge verpleegkundigen vanuit Indonesië naar Nederland om de tekorten in onze ziekenhuizen op te vangen.
Ze begonnen samen aan iets nieuws.
In een ander land.
Ver van huis.
En al die jaren later staan ze er nog steeds.
Niet als oud-collega's.
Maar als vriendinnen.
De vraag die niemand stelde
De vraag die niemand stelde.
Over Sarina Wiegman, Pierre van Hooijdonk en waarom we vaak de verkeerde discussie voeren.
De afgelopen dagen ging het in Nederland vooral over één vraag.
Kan een vrouw bondscoach zijn van het Nederlands elftal?
Pierre van Hooijdonk stelde de vraag. Youri Mulder reageerde. De meningen vlogen alle kanten op.
En eerlijk gezegd interesseert het antwoord me veel minder dan de discussie die erop volgde.
Want achter die discussie schuilt een veel fundamentelere vraag.
Niet over mannen of vrouwen.
Niet over voetbal.
Maar over leiderschap.
We communiceren meer dan ooit.
Vergaderingen.
Chats.
Videocalls.
E-mails.
En toch hoor ik steeds opnieuw dezelfde zinnen.
"Maar dat hadden we toch afgesproken?"
"Ik dacht dat dat duidelijk was."
"Dat bedoelde ik helemaal niet."
Misschien hebben organisaties helemaal geen communicatieprobleem.
Misschien verwarren we communicatie met begrip.
Waarom verschil ons ongemakkelijk maakt
We zeggen vaak dat we verschillende perspectieven belangrijk vinden.
Dat diversiteit ons helpt betere besluiten te nemen.
Dat andere ervaringen en inzichten waardevol zijn.
En meestal menen we dat ook.
Tenminste, totdat iemand daadwerkelijk iets anders ziet dan wij.
Wat we onderweg kwijt lijken te raken
De afgelopen jaren heb ik honderden gesprekken gevoerd.
Met leiders.
Met teams.
Met mensen die vastliepen.
Met mensen die juist iets in beweging probeerden te krijgen.
En telkens viel me hetzelfde op.
Niet dat mensen niet willen samenwerken.
Niet dat mensen niet betrokken zijn.
Niet dat mensen niet hun best doen.
Vaak is juist het tegenovergestelde waar.
Toch ontstaat er iets.
Mensen praten meer, maar begrijpen elkaar minder.
Er wordt harder gewerkt, maar niet altijd meer bereikt.
Er wordt afgestemd, maar toch blijken verwachtingen uiteen te lopen.
Niemand lijkt het te willen.
En toch gebeurt het.
Steeds weer.
De schijn van alignment
De schijn van alignment
“We zitten op één lijn.”
Het klinkt geruststellend.
Alsof het klopt.
Alsof er duidelijkheid is.
Alsof we verder kunnen.
En vaak is dat ook hoe het voelt.
Aan tafel.
Er wordt afgestemd.
Samengevat.
Geknikt.
Niemand lijkt het ergens écht oneens mee.
De leider die blijft uitleggen.
De leider die blijft uitleggen.
Het klinkt logisch.
Er is onduidelijkheid.
Dus je legt het nog een keer uit (of je gaat harder praten).
Iets uitgebreider dit keer.
Iets zorgvuldiger geformuleerd.
Zodat iedereen het écht begrijpt.
En toch gebeurt er iets vreemds.
Hoe meer je uitlegt,
hoe minder er lijkt te landen.
Iedereen knikt. Niemand beweegt.
Iedereen zit aan tafel.
Iedereen kijkt.
En toch gebeurt er niets.
Er wordt veel gezegd.
Er wordt geknikt.
Er worden aantekeningen gemaakt.
En toch gebeurt er weinig.
De meeting eindigt zoals hij begon.
Met het gevoel dat er iets besproken is, maar niet echt besloten.
Wat als de volgende stap geen actie is
We zijn gewend om vooruit te bewegen.
Om te reageren.
Te beslissen.
Te doen.
Actie voelt als progressie.
Stilstand als verlies.
Maar wat als dat niet altijd klopt?
Wat als de volgende stap juist geen actie is?
Waarom ik Kaizence ben gestart
Kaizence is niet ontstaan omdat er een tekort is aan kennis over leiderschap of verandering.
Integendeel.
Er is enorm veel kennis.
Sterke modellen.
Goede intenties.
En toch zie ik, keer op keer, hetzelfde gebeuren.
Organisaties die weten wat er nodig is, maar het niet werkelijk doen.
Niet omdat ze niet willen.
Maar omdat er iets anders speelt.
Iets wat minder zichtbaar is.
Verandering vraagt zelden om meer tools
Organisaties hebben zelden een tekort aan tools.
Er zijn frameworks, modellen, stappenplannen en canvassen in overvloed.
En toch blijft echte verandering vaak uit.
Niet omdat de juiste tool ontbreekt.
Maar omdat we blijven zoeken naar iets buiten onszelf, terwijl de beweging van binnen moet komen.
Tools geven houvast.
Ze creëren overzicht, structuur en het gevoel dat we bezig zijn.
Maar ze raken zelden de kern.
Waarom verandering vaak wordt “uitgezet”
Verandering wordt vaak gebracht als iets waar je “in mee moet”.
Nieuwe strategie.
Nieuwe structuur.
Nieuwe manier van werken.
En ergens in dat proces gebeurt iets opvallends: mensen haken af.
Niet zichtbaar.
Niet luid.
Maar stil.
Ze doen nog wel mee.
Maar niet echt meer.
We noemen dat weerstand.
Of gebrek aan betrokkenheid.
Maar wat als het iets anders is?
Eigenaarschap ontstaat niet door het te vragen
“Kunnen jullie niet wat meer eigenaarschap nemen?”
Het klinkt logisch. Redelijk zelfs.
Maar het is misschien wel één van de meest ineffectieve interventies in organisaties.
Want eigenaarschap is geen knop die je bij mensen aanzet.
Het is een reactie. Op de context waarin iemand zich bevindt.
Als eigenaarschap ontbreekt, is dat zelden omdat mensen het niet willen.
Het is omdat iets in het systeem het ontmoedigt.
De spanning van verantwoordelijkheid nemen
De spanning van verantwoordelijkheid nemen
Verantwoordelijkheid klinkt als iets stevigs.
Iets krachtigs.
Iets wat bij leiderschap hoort.
En dat is het ook.
Maar wat vaak onderbelicht blijft,
is dat verantwoordelijkheid nemen óók spannend kan zijn.
Niet omdat mensen het niet willen.
Maar omdat verantwoordelijkheid iets zichtbaar maakt.
Zodra jij verantwoordelijkheid neemt, stap je naar voren.