De leider die blijft uitleggen.

Het klinkt logisch.

Er is onduidelijkheid.
Dus je legt het nog een keer uit (of je gaat harder praten).

Iets uitgebreider dit keer.
Iets zorgvuldiger geformuleerd.

Zodat iedereen het écht begrijpt.

En toch gebeurt er iets vreemds.

Hoe meer je uitlegt,
hoe minder er lijkt te landen.

Mensen knikken.
Stellen weinig vragen.
En gaan vervolgens weer hun eigen kant op.

Dus leg je het nóg een keer uit.

Wat hier gebeurt, zie je niet meteen.

Want uitleggen voelt als helpen.
Als richting geven.
Als leiderschap.

Maar onder de oppervlakte speelt iets anders.

Elke keer dat jij het weer uitlegt,
neemt de ruimte voor de ander iets af.

Om zelf na te denken.
Om te twijfelen.
Om iets eigens toe te voegen.

En langzaam verschuift er iets.

Van eigenaarschap naar afhankelijkheid.

Niet omdat mensen het niet kunnen.

Maar omdat jij het al hebt ingevuld.

Het lastige is:

Dit patroon ontstaat vaak met de beste intenties.

Je wilt duidelijk zijn.
Mensen meenemen.
Gedoe voorkomen.

Maar duidelijkheid is niet hetzelfde als beweging.

Soms is het meest effectieve wat je kunt doen als leider, het niet nóg een keer uitleggen.

Maar stoppen.

En iets anders doen.

Bijvoorbeeld:

Een vraag stellen die je zelf niet meteen invult.

Of de stilte laten vallen waar je normaal zou doorgaan.

Niet omdat je het antwoord niet hebt.

Maar omdat het niet van jou hoeft te komen.

De vraag is niet:

“Hebben ze het begrepen?”

Maar:

Wat gebeurt er als jij even niets toevoegt?

Daar begint vaak iets nieuws.

En eerlijk is eerlijk, daar wordt het ook spannend.

Dat is ook waar mijn werk begint.

Vorige
Vorige

De schijn van alignment

Volgende
Volgende

Iedereen knikt. Niemand beweegt.