Iedereen knikt. Niemand beweegt.

Er wordt veel gezegd.
Er wordt geknikt.
Er worden aantekeningen gemaakt.

En toch gebeurt er weinig.

De meeting eindigt zoals hij begon.
Met het gevoel dat er iets besproken is, maar niet echt besloten.

Dit is zo’n moment dat we vaak proberen op te lossen met structuur.

Strakkere agenda’s.
Duidelijkere actielijsten.
Nog een keer samenvatten wie wat doet.

Logisch.

Maar meestal niet waar het probleem zit.
Want aan en onder de oppervlakte speelt iets anders.

Mensen voelen het wel, maar benoemen het niet:

  • twijfel over de richting

  • onduidelijkheid over eigenaarschap

  • spanning tussen belangen

  • de behoefte om het “goed” te doen

En dus gebeurt er iets subtiels.

We blijven in woorden.
In afstemmen.
In netjes formuleren.

Zonder dat iemand echt een stap naar voren zet.

Niet omdat mensen niet willen.
Maar omdat het spannend is om het moment naar je toe te trekken.

Om te zeggen:

“Volgens mij draaien we hier omheen.”

Of:

“Ik weet niet of we het hier echt eens over zijn.”

Of simpelweg:

“Laat ik dit oppakken.”

Eigenaarschap ontstaat zelden door het te benoemen als actiepunt.

Het ontstaat in het moment zelf.
Wanneer iemand bereid is om iets vast te pakken wat nog niet helder is.

En dat vraagt iets van iedereen in de meeting.

Maar misschien nog het meest van degene die leidt.

Niet om het antwoord te geven.
Maar om te vertragen waar nodig.
Om te benoemen wat voelbaar is.
Om ruimte te maken voor wat nog niet gezegd wordt.

De volgende keer dat je in zo’n meeting zit, stel jezelf eens een andere vraag:

Wat gebeurt hier eigenlijk écht en wat vraagt dit moment van mij?

Dit zijn precies de momenten waar teams op vastlopen.
Niet door gebrek aan kennis of structuur, maar door wat er aan of onder de oppervlakte speelt.

Daar begint ook mijn werk.
In het zichtbaar maken van wat impliciet blijft en het samen onderzoeken wat er wél nodig is om in beweging te komen.

Vorige
Vorige

De leider die blijft uitleggen.

Volgende
Volgende

Wat als de volgende stap geen actie is